Negeren we de rust dagen in Baños, dan zijn we in drie fietsdagen van op een berg bibberend in de hagel, beland in de jungle. Fascinerend.
“Met de auto, 2 uur”
De beste hospedaje eigenaar in Puyo steekt zijn in strak aangespannen
overhemd gestoken buik nog eens wat verder vooruit, tuit zijn lippen en
vervolgt zijn overpeinzing:
“Met de fiets, 130km, 1 dag”.
Veel gemotoriseerden kunnen naar onze ervaring door de jaren heen
blijkbaar niet de aandrang onderdrukken om een prognose uit te dragen over
de op handen zijnde route. Inmiddels beschouwen we dit inwendig met enig
amusement. Een ander veel gehoorde opmerking “grotendeels vlak”, inmiddels ook een
Google Maps cliche (mostly flat !).
In een echt vlakke omgeving is een dagrit van 130km op een vol beladen
tourfiets een lovenswaardige prestatie. Zodra het berg- of heuvelachtig
wordt, verhuizen dit soort dagafstanden al snel naar fabeltjesland.
Zeker, rekenkundig bezien resulteert 925 meters omhoog trappen en 950 meters
omlaag suizen in 25 meter dalen. Of over het geheel genomen: bijna plat.
Gelukkig hebben we geen haast en wordt alle inspanning vaak beloond met
prachtige uitzichten. Met de fiets kunnen we stoppen wanneer we willen, of
moeten, om op adem te komen, en rustig aanschouwen waar we langzaam
doorheen reizen.
Maar laten we oppakken waar we vorige keer zijn gestopt:






